Feiten :
De verzoeker, van Congolese nationaliteit, diende op 10 mei 2023 bij Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een machtiging tot verblijf in omwille van medische redenen op basis van artikel 9ter Vw. vanwege een hoge bloeddruk en terminaal nierfalen, waardoor hij onder meer wekelijkse hemodialysebehandelingen nodig heeft en onder controle moet blijven staan van een nefroloog en een cardioloog. Op 14 december 2023 heeft Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de aanvraag ongegrond verklaard en een bevel om het grondgebied te verlaten, uitgevaardigd, omdat DVZ van mening was dat de zorg in de DRC beschikbaar en toegankelijk was.
Discussie :
Wat de toegang tot dialyse in de DRC betreft, legde de verzoeker een MedCOI-rapport uit 2021 voor waaruit bleek dat slechts 12 % van de personen die dialyse nodig hebben in de praktijk daadwerkelijk wordt behandeld, dat er in het hele land slechts 7 nefrologen en slechts 2 dialysecentra zijn en dat de meerderheid van de patiënten met vergevorderde nierinsufficiëntie overlijdt zonder passende behandeling.
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) benadrukt dat, hoewel deze informatie van algemene aard is, de informatie juist betrekking heeft op de categorie personen waartoe de verzoeker behoort. Het loutere feit dat hij daartoe behoort, vormt een voldoende vermoeden van het risico op ontoegankelijkheid. Van de verzoeker kan niet worden verlangd dat hij aanvullend “persoonlijk bewijs” levert, tenzij men hem dwingt terug te keren naar zijn land, daar daadwerkelijk onmenselijke of vernederende behandelingen te ondergaan en daarvan het bewijs te leveren, hetgeen in strijd zou zijn met de bedoeling van artikel 9ter. Als er uitzonderingen bestaan – patiënten die daadwerkelijk worden behandeld – is het aan DVZ om aan te tonen dat de betrokkene tot deze uitzonderingen behoort, wat DVZ niet heeft gedaan.
De Raad wijst bovendien op de belangrijke kost van dialyse : ongeveer 28.000 dollar per jaar voor regelmatige hemodialyse, terwijl het gemiddelde jaarinkomen in de DRC wordt geschat op 1.080 dollar. De DVZ kon zich dus niet beperken tot het bevestigen van de toegankelijkheid zonder concreet na te gaan of de verzoeker daadwerkelijk in staat was om dergelijke kosten te dragen.
Wat de socialezekerheidsmechanismen en de mutualiteiten betreft, stelt de Raad vast dat DVZ zich heeft gebaseerd op algemene en soms verouderde bronnen, met name een artikel van tien jaar geleden over de bevordering van de mutualiteiten. Het werd niet aangetoond dat de vereiste gespecialiseerde zorg, en in het bijzonder de hemodialysesessies terugbetaald worden. Wat de wet van 2017 inzake de mutualiteiten betreft, werd niet aangetoond dat deze daadwerkelijk in de praktijk werkt noch dat zij de vergoeding van de noodzakelijke behandelingen garandeert. Evenmin zijn er aanwijzingen dat de MUSQUAP (ziektekostenverzekering) de dialyses dekt noch wat de concrete voorwaarden voor aansluiting en tussenkomst zijn. Wat het Bureau diocésain des œuvres médicales (BDOM) (ziektekostenverzekering) betreft, blijkt uit de beschikbare informatie dat er in de behoeften aan eerstelijnsgezondheidszorg wordt voorzien, maar er wordt geen nadere informatie gegeven over de vergoeding van zware en dure behandelingen zoals hemodialyse noch over de toegangsvoorwaarden.
De Raad wijst bovendien op de tegenstrijdigheid in de motivering van DVZ, dat de verzoeker verwijt zich op algemene informatie te baseren, terwijl het zelf gebruikmaakt van algemene bronnen om te concluderen dat de zorg toegankelijk is. Hij herinnert eraan dat de DVZ-arts een onderzoeksrol vervult en dat de bewijslast dus niet uitsluitend bij de verzoeker ligt.
Ten slotte kan de loutere verwijzing naar een eventuele familiale solidariteit niet volstaan om de toegankelijkheid van de zorg aan te tonen, aangezien deze niet in verband wordt gebracht met de kosten van de behandelingen.
De Raad concludeert dat DVZ geen individueel, volledig en grondig onderzoek heeft verricht naar de daadwerkelijke toegankelijkheid van de zorg in het licht van de situatie van de verzoeker en dat hij de artikelen 9ter en 62 van de wet van 15 december 1980, alsook de verplichting tot formele motivering, heeft geschonden.
Beslissing :
De RvV vernietigt de beslissing tot ongegrondheid van de verblijfsmachtiging om medische redenen van de DVZ evenals het bevel om het grondgebied te verlaten.


